.
Preventie


Brandveiligheid

Rookmelders, brandblussers, blusdekens en het uitdenken van een vluchtroute zijn zaken die algemeen bekend zijn. Het betekent echter niet dat dit maatregelen zijn die ook daadwerkelijk allemaal genomen worden. 
In de campagne Brandveiligheid attendeert Consument & Veiligheid u op het belang van brandveiligheid. Ook wil zij u aanzetten tot actie om ook werkelijk maatregelen te nemen

Vanaf 11 september start Consument en Veiligheid in samenwerking met de Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding een nieuwe nationale voorlichtingscampagne. Deze landelijke campagne zal gedurende 2 weken via een TV commercial en de website www.woonikbrandveilig.nl onder de aandacht worden gebracht.

In de TV commercial die deel uitmaakt van de campagne kaarten we twee grote misvattingen aan rondom brand in huis. De eerste misvatting is het bekende 'het overkomt mij toch niet' en de tweede is dat als zoiets gebeurt, men denkt, tijd genoeg te hebben om te kunnen handelen. Maar vuur verspreidt zich vele malen sneller dan mensen vermoeden. Er is dus een groot verschil tussen de gepercipieerde snelheid en de reële snelheid. De vermenging van deze twee snelheden worden in deze commercial gebruikt om zo op een indringende manier de snelheid van vuur te demonstreren.

Op de site www.woonikbrandveilig.nl krijgt u  een advies op maat als het gaat om brandveiligheid. Door het advies zo persoonlijk mogelijk te maken verwachten we 'brand' een persoonlijkere relevantie te geven, zodat mensen ook daadwerkelijk maatregelen gaan nemen.


Koolmonoxide:

Nu de koude maanden voor de deur staan, neemt de kans op ongevallen met koolmonoxide (CO) weer toe. Geisers, schoorstenen en kachels zijn er iedere winter de oorzaak van dat mensen overlijden en tientallen slachtoffers in het ziekenhuis belanden na een koolmonoxide vergiftiging. De oorzaak van een koolmonoxidevergiftiging ligt vaak in slecht onderhouden kachels, geisers en schoorstenen, maar kan ook worden veroorzaakt door het dichtstoppen van ventilatieopeningen.

Sluipmoordenaar
Koolmonoxide wordt ook wel 'de sluipmoordenaar' genoemd, omdat het gas kleur-, geur-, en smaakloos is. Deze moordenaar eiste in Amsterdam sinds 2003 het leven van vier personen, 176 mensen moesten zich onder doktersbehandeling laten stellen na een koolmonoxidevergiftiging. Koolmonoxide wordt 250 maal sneller in het bloed opgenomen dan zuurstof. Als gevolg hiervan neemt het lichaam steeds minder zuurstof op. Bij extreme blootstelling raakt men bewusteloos en falen de hart- en longfunctie. In het ergste geval met hersenbeschadiging en/of overlijden als gevolg.

Wat is koolmonoxide?
Een kachel of een geiser moet bepaalde stoffen verbranden om voor warmte te kunnen zorgen. Zuurstof is een essentieel onderdeel voor een volledige verbranding. Als er onvoldoende zuurstof bij de vlam kan komen, bijvoorbeeld door een verstopt ventilatiekanaal van de geiser, komt het gevaarlijke koolmonoxidegas vrij.

Herkennen van koolmonoxide
Er is een aantal indicaties die op het gevaar van koolmonoxide wijzen. In een woning moet men vooral letten op de vlam in de geiser, kachel of cv-installatie. Deze hoort blauw van kleur te zijn. Is de vlam oranje, wijst dit op de aanwezigheid van koolmonoxide. Ook beslagen ramen zijn een indicator van gevaar. Vrijgekomen waterdamp die door een verkeerd of niet werkende afvoer niet verdwijnt, zorgt voor beslagen ramen.

Er zijn ook lichamelijke verschijnselen die de aanwezigheid van koolmonoxide verraden. De symptomen van koolmonoxidevergiftiging zijn te vergelijken met griepverschijnselen: lichte hoofdpijn, misselijkheid, overgeven en vermoeidheid. Des te groter de blootstelling, des te heviger de hoofdpijn wordt. Ook krijgt men last van verwarring, slaperigheid en een versnelde hartslag.
Voorkomen van koolmonoxide
Regelmatig onderhoud is cruciaal om het risico op koolmonoxide zo klein mogelijk te houden. De geiser en gaskachel moeten ieder jaar door een erkend installateur worden gecontroleerd en schoongemaakt. Het is van belang om een schoorsteen regelmatig te laten vegen door een erkende schoorsteenveger. Als een schoorsteen verstopt raakt, kunnen gassen worden teruggekaatst de woning in, met alle schadelijke gevolgen van dien.

Ook lucht toe- en afvoer is belangrijk in het voorkomen van koolmonoxide. Een groot risico schuilt in het dichtstoppen van de luchttoevoer. Veel huizen zijn tegenwoordig goed geïsoleerd waardoor er nauwelijks zuurstof van buiten naar binnen kan. Om toch aan voldoende zuurstof te kunnen komen hebben geisers en verwarmingstoestellen daar een aparte toevoer voor. Die toevoer mag niet afgesloten worden.

Ook een goede afvoer is belangrijk. De afvoer van de geiser moet op het gasafvoerkanaal zijn aangesloten en niet op het ventilatiekanaal. Als de geiser op het ventilatiekanaal is aangesloten worden giftige gassen door het hele huis verspreid. Een goede afvoer zorgt ervoor dat de gassen naar buiten worden afgevoerd.

Koolmonoxidemelder
Er zijn koolmonoxidemelders op de markt die in alarm gaan bij een hoge concentratie koolmonoxide. Gezien de eigenschappen van het gevaarlijke gas (kleur-, geur-, en smaakloos) kan een koolmonoxidemelder een toegevoegde waarde hebben in het herkennen van koolmonoxide. Brandweer Amsterdam en omstreken benadrukt wel dat deze melders slechts als aanvullende waarschuwingsindicator gezien moeten worden. Degelijk onderhoud van geisers, kachels en schoorstenen is de eerste vereiste voor een koolmonoxidevrije woning.


In de vakantieperiode is het weer tijd om Bertje Blus bij u onder de aandacht te brengen. Het is zo belangrijk om te zorgen dat u over de juiste middelen en kennis beschikt om een ramp te voorkomen. Klik op Bertje Blus om de folder te downloaden. Print hem uit en neem het mee op vakantie.


Dampgastanks:

Begin dit jaar stonden vertegenwoordigers van de brandweer Ommen, Dalfsen en Hardenberg op de caravan en kampeerautobeurs in de evenementenhal te Hardenberg. Zij deden dit in het kader van de brandveiligheidscampagne "Vechtdal Veilig".

Op deze beurs werden zij geconfronteerd met het fenomeen dampgastanks en dampgasflessen die op de beurs werden verkocht om het kampeermiddel te verwarmen en om op te koken. Voor zover het bij ons bekend was, is het verboden om deze te gebruiken als ze zijn gevuld met LPG. Deze brandstof mag volgens ons alleen maar gebruikt worden voor de traktie van motorvoertuigen.

Wij hebben vervolgens informatie ingewonnen bij het infopunt Veiligheid van het NIFV(voormalig Nibra) m.b.t. deze kwestie.

Het antwoord van dit instiuut is: LPG is een verzamelnaam voor Liquified Petroleum Gas. In Nederland wordt hier over het algemeen autobrandstof bedoeld.Echter is het ook de butaan en propaan die gebruikt wordt in de kampeerhandel. Het is wel toegestaan om dergelijke systemen (vast) in te bouwen in een auto of bakkraam. Het is echter i.v.m. wetgeving (belasting) niet toegestaan om dergelijke systemen bij een LPG tankstation te vullen.

Conclusie: Wij kunnen dus tijdens controles dergelijke systemen tegen komen. Als je dergelijke tanks tegenkomt vraag dan altijd naar een goedkeuringsbewijs (TUV keuring o.i.d.). Voorbeelden zie bijgevoegde foto's.

 

Geadviseerd wordt om de tanks en flessen om de twee jaar ter keuring aan te bieden. De flessen en tanks moeten voldoen aan de onderstaande veiligheidsvoorzieningen:

- Een 80% vulbegrenzer

- Veerbelastende veiligheidsklep(overdrukbeveiliging)

In de frietkramen, oliebollenkramen, die zijn voorzien van dampgastanks,is in de bedieningsruimte een veiligheidsknop aangebracht. In geval van nood wordt de knop in gedrukt en wordt de gastoevoer naar de verbruikers afgesloten.(zie foto onder)



BRANDVEILIGHEID TIJDENS DE FEESTDAGEN EN FESTIVITEITEN

TIPS VOOR BEDRIJVEN EN INSTELLINGEN

AIgemeen

►   Veiligheid begint bij het bewust stilstaan en nadenken over de mogelijke risico's van activiteiten die u wilt ondernemen. U heeft de zorg voor uw personeel en bezoekers, daaronder valt nadrukkelijk ook hun veiligheid.

►          De hieronder opgenomen voorschriften zijn een vertaling van de voorschriften zoals deze zijn opgenomen in de bijlagen 3 en 4 van de gemeentelijke bouwverordening. Om de leesbaarheid te bevorderen, zijn verwijzingen naar NEN normen e.d. weggelaten. Voor de volledigheid verwijzen wij u naar de gemeentelijke bouwverordening.

►          Het afsteken van vuurwerk e.d. is in een gebouw, zonder speciale vergunning, niet toegestaan.

►          De medewerkers van de brandweer zijn u graag van dienst. Voor vragen kunt u contact opnemen met de afdeling preventie van de brandweer Dalfsen, bereikbaar onder telefoonnummer 0529-488388

Uitgangen en vluchtwegen

Belangrijke brandveiligheidsvoorzieningen in een gebouw zijn de (nood)uitgangen. Het is immers noodzakelijk dat iedereen het gebouw bij een calamiteit snel en veilig kan verlaten.

►          Zijn de ingangen, doorgangen, uitgangen, gangpaden, trappen, hellingbanen en vluchtroutes over de minimale vereiste breedte vrij van obstakels? (Dit geldt voor de gehele route, dus tot aan de openbare weg).

►          Zijn de deuren van de nooduitgangen niet op slot en van binnenuit direct te openen zonder gebruik te hoeven maken van sleutels of andere losse voorwerpen?

►          Zijn de nooduitgangen binnen een straal van 2 meter vrij van tafels, stoelen of andere obstakels? Is de route naar de nooduitgang vrij van obstakels. Dit geldt ook voor de buitenzijde van de inrichting, zelfs op de openbare weg (b.v. geen fietsen voor de uitgang of in de vluchtroute ).

►          Zijn de gordijnen in of voor een ingang, doorgang en (nood)uitgang zodanig aangebracht, dat deze met de deur meedraaien en het zicht op de deuren en de herkenbaarheid van de uitgang niet verhinderen?

Nood- en transparantverlichting

Een duidelijk zichtbare en herkenbare vluchtroute is van levensbelang voor de ontvluchting van een gebouw tijdens een calamiteit.

►          In een gebouw kan nood- en transparantverlichting verplicht zijn. Raadpleeg hiervoor b.v. uw bouwvergunning. Indien u hieromtrent vragen heeft neemt u dan contact op met de brandweer van uw gemeente. (Nb. op basis van de ARBO-regelgeving kunnen nog aanvullende eisen gesteld zijn aan de noodverlichting). Belangrijk is dat alle aanwezige voorzieningen goed functioneren.

►          Als de netspanning geheel of gedeeltelijk wegvalt, moet de noodverlichting binnen 15 seconden inschakelen en tenminste een uur, op de vereiste sterkte, blijven functioneren.

►          Alle transparantverlichting (vluchtwegaanduiding) moeten elektrisch verlicht zijn als er personen in de inrichting aanwezig zijn.

►          In ruimten waar geen nood- en transparantverlichting verplicht is (b. v ruimten geschikt voor minder dan 50 personen), kan men volstaan met een vluchtwegaanduiding in de vorm van een sticker. Nb. het eventueel extra aanbrengen van dergelijke aanduidingen kan de veiligheid verhogen en is relatief goedkoop.

►          De transparanten en vluchtwegaanduidingen mogen niet aan het zicht worden onttrokken (bijvoorbeeld door versieringen of gordijnen).

►          De versiering moet zodanig zijn aangebracht dat van de noodverlichting de werking niet wordt belemmerd en de verlichting niet verminderd (dus rondom noodverlichtingpunten voldoende ruimte vrijhouden).

Maximaal toegestaan aantal personen in een inrichting

►          Het aantal personen wat in een gebouw gelijktijdig aanwezig mag zijn, is in eerste instantie gerelateerd aan de totale bruikbare uitgangsbreedte, waarbij per strekkende meter uitgangsbreedte 90 personen aanwezig mogen zijn, als echter een uitgangsdeur tegen de vluchtrichting indraait, mogen niet meer dan 25 personen gerekend worden voor die uitgang.

►          Voor een gelegenheid met losstaand meubilair is het maximaal aantal gelijktijdig aanwezige personen te berekenen op grond va onderstaande regels, wat er op neer .

komt dat van het bruto vloeroppervlak van de ruimte de oppervlakte van de obstakels zoals tafels, stoelen, barkrukken, podium, bar, etc. moeten worden afgetrokken. De de rekenmethode is als volgt;

-            0, 25 m2 vloeroppervlakte beschikbaar blijft voor iedere persoon waarvoor geen zitplaats aanwezig is;

-            0,30 m2 vloeroppervlakte beschikbaar blijft voor iedere persoon waarvoor een zitplaats aanwezig is die zodanig is of is aangebracht dat deze ten gevolge van gedrang niet kan verschuiven of omvallen;

-            0,50 m2 vloeroppervlakte beschikbaar blijft voor iedere persoon waarvoor een zitplaats aanwezig is die niet zodanig is of is aangebracht dat deze ten gevolge van gedrang niet kan verschuiven of omvallen,.

-            indien het vrije vloeroppervlak minder bedraagt dan 0, 5 m2 per persoon, de meubelen en de voor versiering dienende voorwerpen zodanig zijn aangebracht dat ze ten gevolge van drang niet kunnen verschuiven of omvallen.

►          Op het netto vloeroppervlak mogen zich dus maximaal 2 personen per m2 bevinden indien de stoelen niet vastzitten . Het maximaal aantal personen wat gelijktijdig aanwezig mag zijn is dus 2 maal de netto beschikbare vloeroppervlakte in m2, plus het aantal zitplaatsen.

►          Voor gelegenheden met vast meubilair kan dezelfde berekening als boven worden uitgevoerd, maar nu mogen er 4 personen per m2 worden toegelaten. Dus 4 keer het netto beschikbare vloeroppervlak in m2, vermeerderd met het aantal zitplaatsen is het maximaal aantal personen wat gelijktijdig in een gebouwaanwezig mag zijn. Nb. bij een bezetting van 4 personen per m2 is een toegestaan maximum, voor een goede bedrijfsvoering zouden wij een maximum van 3 personen per m2 aanbevelen

►          Gelegenheden met slechts 1 uitgang :

-           Als deze deur tegen de vluchtrichting indraait, mogen niet meer dan 25 personen gelijktijdig in een gebouwaanwezig zijn.

-           Draait de deur in de vluchtrichting , dan mogen 90 personen per meter uitgangsbreedte gerekend worden. Komt de uitgang rechtsstreeks buiten uit, dan mogen 135 personen per strekkende meter uitgangsbreedte gerekend worden.

►          Aan het inrichten van een ruimte met rijen stoelen zijn bepaalde voorwaarden verbonden, zoals de maximale rijlengte, de koppeling van stoelen e.d.. Raadpleeg hiervoor de gemeentelijke bouwverordening of informeer bbrandweer of de afdeling bouw & woningtoezicht van uw gemeente.Toetsing van het maximum toelaatbaar aantal personen dient plaats te vinden op alle criteria, waarbij de laagste uitkomst (dus de veiligste) bepalend is.

Interne organisatie

Onwetendheid is de grootste vijand tijdens een calamiteit in uw bedrijf / instelling, dus laat u niet verrassen en bereidt u en uw personeel voor op hoe te handelen tijdens een calamiteit.

►          Maak, indien bij uw bedrijf instelling aanwezig, gebruik van het ontruimingsplan en zorg ervoor dat alle verantwoordelijken weten hoe te handelen bij een calamiteit.

►          Als u niet over een ontruimingsplan of ontruimingsinstructie beschikt kunt u daarvoor de tenminste de algemene ontruimingsinstructie "Hoe te handelen bij brand" gebruiken. Deze is bijgevoegd. Ook kunt u in overleg met de brandweer een ontruimingsplan opstellen .

►          Zorg er voor dat uw personeel geïnstrueerd is hoe te handelen bij brand of andere calamiteiten.

►          Zorg ervoor dat de veiligheidsinstructies op duidelijk zichtbare plaatsen in uw bedrijf /instelling zijn opgehangen.

►          Zorg er voor dat uw personeel weet waar de brandblusmiddelen zich bevinden en hoe deze te gebruiken.

►          Zorg ervoor dat uw personeel het ontruimingsplan/vluchtplan kent en dat ermee geoefend is.

BIusmiddelen

►          Met de aanwezige blusmiddelen bent u in staat om in geval van brand een bluspoging te ondernemen. Zorg er daarom voor dat brandslanghaspel en draagbare blustoestellen altijd bereikbaar zijn. Hang daarom niets voor blusmiddelen.

►          Om er zeker van te zijn dat de blusmiddelen voor direct gebruik beschikbaar zijn, laat u de blusmiddelen 1 x per jaar door een erkend bedrijf controleren op een goede werking.

U kunt de laatste keuringsdatum terugvinden op het keuringsbewijs (meestal een

sticker) op het blusmiddel.

 Versiering ophangen

►          Plafondversiering kan bij een brand in sterke mate bijdragen aan de snelle uitbreiding van een brand. Daarom mag plafondversiering alleen worden toegepast als deze onbrandbaar of niet door normale middelen (aansteker o.d.) is te onsteken. Onbrandbare slingers zijn van aluminium, onbrandbaar gemaakt papier e.d., ballonnen (gevuld met lucht of helium), houten versieringen met minimale maat van onderdelen 4 x 4 cm, onbrandbare netten en onbrandbare doeken. Nb. niet toegepast mogen b. v. droogbloemen, kunstplanten van brandbaar materiaal (zijde, kunststof e. d.), opgezette dieren, manden, doeken, touwen, (kerst)takken e.d.

►          Overig versieringsmateriaal moet moeilijk brandbaar zijn uitgevoerd. Dergelijk versieringsmateriaal is verkrijgbaar bij de reguliere handel. Vraag hier dus expliciet om en bewaar de verpakking van versieringsmaterialen om dit aan te kunnen tonen.

►          Versiering mag uitsluitend opgehangen worden met behulp van ijzerdraad met een dikte van tenminste 0,5 mm.

►          Het versieringsmateriaal langs en aan de plafonds, dient vanaf de onderzijde op minimaal 2,5 meter boven de vloer te hangen.

►          Zorg ervoor dat versieringen en gordijnen niet in aanraking kunnen komen met verlichting en andere warm wordende apparaten.

►          Als u de buitenzijde van uw gebouw met versiering wilt verfraaien is bovenstaande ook van belang. Houdt rekening met de ondergrond, brandbaarheid, wijze en hoogte van ophangen en hoeveelheid versieringsmateriaal.

Speciaal voor de kerstdagen

Komt er een kerstboom?

►          Een echte boom is erg brandbaar. Testen van TNO laten zien dat zelfs impregneren niet afdoende helpt. Wilt u het echt veilig doen koop dan een kunststof kerstboom, gemaakt van een type kunststof welke niet makkelijk in brand gaat en bewaar de papieren zodat u dit aan kunt tonen.

►          Kiest u voor een "echte" boom, kies dan voor een boom met kluit en plaats deze in een stevige kuip. Houd de aarde waarin de boom geplant is goed vochtig, zodat de boom minder snel uitdroogt. Combinaties van kerstboom en losse kersttakken zijn niet toegestaan i.v.m. de mogelijke kans op uitbreiding over een te groot oppervlak.

►          Kerstbomen zijn niet toegestaan in vluchtroutes zoals gangen, doorgangen trappenhuizen en bij (nood)uitgangen. Ook niet plaatsen voor kleine blusmiddelen zoals haspels e.d. In de overige ruimten worden ze slechts onder bepaalde voorwaarden (zoals hieronder zijn aangegeven) toegestaan.

►          Clusters van meerdere kerstbomen en meerder kerstbomen in een ruimte vormen een onacceptabel veiligheidsrisico en zijn dan ook niet toegestaan. Bij grote en hoge ruimtes (zoals kerken) is het toepassen van meerdere kerstbomen wel toegestaan indien de onderlinge afstand tussen de bomen tenminste 3 maal de hoogte, van de grootste boom, in meters bedraagt.

►          Zorg dat de boom niet kan omvallen (hierdoor kunnen ongewild vluchtroutes worden versperd)

►          Zet de boom niet te dicht bij de gordijnen.

►          Gebruik geen echte kaarsjes in de boom. Een moment van onoplettendheid kan uw boom in een fakkel doen veranderen.

►          Verlichting in de boom is mooi, maar alleen veilig als u elektrische verlichting met KEMA-keur gebruikt.

►          Controleer de bedrading van de elektrische kerstboomverlichting op beschadigingen. Probeer de installatie eerst uit door de lampjes voor het ophangen korte tijd te laten branden.

►          Gebruik een gaaf en goed passend verlengsnoer uit een lengte en leg dat zodanig neer dat niemand er over kan struikelen. Langs vluchtroutes de snoeren afplakken.

►          Doe de verlichting uit als het pand gesloten wordt. Haal de stekker uit het stopcontact, als u alleen een lampje los draait blijft risico op brand bestaan.

►          Dennengroen mag niet of slechts in beperkte mate worden gebruikt. Dit materiaal is zeer brandgevaarlijk, zeker als het droog is. Daarom mogen kersttakken slechts in kleine clusters aan de wand (1 m²) worden opgehangen, niet aan het plafond, worden, deze clusters dienen een onderlinge afstand te hebben van tenminste 3 meter vrije tussenruimte en zijn opgehangen aan ijzerdraad met een dikte van tenminste 0,5 mm.

►          Plaats kerstbomen niet voor blusmiddelen, meterkasten, brandmeld- of andere schakelen bedieningspanelen.

Laat u kaarsen branden?

 ►          Zet de kaarsen in een stevige houder op een vlakke ondergrond.

►          Gebruik geen houders van brandbaar materiaal zoals plastic, hout, kerstbakjes e.d.

►          Zet kaarsen en kerststukjes op plaatsen waar u ze altijd kunt zien en niet te dicht bij andere brandbare materialen zoals de gordijnen e.d..

►          Zet kaarsen en kerststukjes niet te dicht bij een warmtebron zoals de radiator van de centrale verwarming of bijvoorbeeld in de vensterbank. De kaarsen kunnen dan week worden en ombuigen.

Plaats voor extra voorraad

►          Zoek vooraf goede ruimten voor extra voorraden. Plaats niets in gangen, looppaden, doorgangen, trappenhuizen of voor /achter (nood)uitgangen.

►          Plaats voorraden niet voor blusmiddelen, meterkasten, brandmeld- of andere schakel- en bedieningspanelen.

Waarheen met emballage, afval, e.d.

►          Bewaar emballage en afval zoveel mogelijk binnen het gebouw, in daarvoor geschikte ruimten. Hiermee voorkomt u dat vandalen dit aan kunnen steken.

►          Bewaar containers niet in vluchtroutes of voor achter (nood)uitgangen.

►          Moet emballage en afval toch buiten worden opgeslagen, stop het dan in afsluitbare containers van onbrandbaar materiaal. Zet deze niet op een brandkraan en niet bij een opening in de gevel onder een luifel of bij een glaspui.

►          Laat afval regelmatig afvoeren.

►          Zorg ervoor dat de ruimten waar emballage en afval wordt bewaard zoveel mogelijk zijn opgeruimd.

                      Brandweer Dalfsen wenst u gezellige en vooral veilige feestdagen en festiviteiten toe.

 

 


 

 

 

 

 

 

 
Nieuws

Op dit moment is er geen actueel nieuws.